2019-05-21

Nederland monetaire ster alleen als het níet monetair autonoom is

Hét argument waarom Nederland volgens voorstandes ervan uit de euro zou moeten stappen, is dat Nederland met de herinvoering van de gulden weer monetair autonoom zou zijn en dus zijn eigen monetair beleid zou kunnen voeren. Onze monetaire historie leert ons echter dat een Nederlands uittreden uit de euro grote en langdurige economische schade zou berokkenen.

Een keuze voor monetaire soevereiniteit, betekent namelijk dat we als land tevens gedwongen worden te kiezen tussen een vaste wisselkoers voor de nieuwe Nederlandse gulden en het vrije verkeer van kapitaal. En dat is een helse keuze.

Elk land heeft te maken met de onmogelijke monetaire drie-eenheid, bestaande uit monetaire soevereiniteit, vaste wisselkoers en vrij verkeer van kapitaal. Elk land kan te allen tijde twee van de drie hebben maar nooit alle drie tegelijkertijd.

Als een centrale bank de rente lager wil zetten dan elders, dan wordt de eigen munt minder aantrekkelijk en daalt in waarde als het kapitaalverkeer vrij is. Interveniëren op de valutamarkt om die waardedaling te voorkomen, kan door eigen munt op te kopen en dus deviezen te verkopen. Vroeg of laat raken de deviezen echter op en verzwakt de eigen munt alsnog. De waarde stabiel houden met een lagere rente dan in het buitenland kan alleen door kapitaalverkeer aan banden te leggen.

Dat betekent concreet dat overschrijven van geld naar en ontvangen uit het buitenland, niet meer zomaar zou mogen. Hetzelfde geldt voor buitenlands geld kopen bij de bank of terugnemen naar Nederland. Voor onze exporteurs en importeurs zou dat hogere kosten van handel en dus hogere prijzen voor de Nederlander betekenen. Hogere inflatie op zijn beurt betekent hogere hypotheekrentes bijvoorbeeld. Nederlandse beleggers kunnen in zo’n omgeving ok veel lastiger en in elk geval duurder, beleggen in het buitenland. Dat kan enorme negatieve gevolgen hebben voor de rendementen van onze pensioenfondsen en verzekeraars, met alle gevolgen van dien voor onze pensioenen.

Ervoor opteren het kapitaalverkeer vrij houden, zou echter impliceren dat de wisselkoers van de gulden zeer ongewis wordt, ook al iets wat onze bedrijven, pensioenfondsen en andere partijen schade kan berokkenen.

Een stabiele waarde van de gulden ten opzichte van de munt van de belangrijkste handelspartner, is voor een zeer open economie als de Nederlandse, een must. Onze monetaire historie leert ons hoe belangrijk de stabiele waarde van de gulden is voor Nederland. Sinds 1814 is de gulden, op enkele uitzonderingen na, altijd gekoppeld geweest aan iets, bijvoorbeeld aan de Duitse mark sinds 1983. 

Met die kennis ervoor kiezen de gulden vast te klinken aan de munt van onze grootste handelspartner, zou van nexit evenwel een bizarre gebeurtenis maken. Wij zouden namelijk onze nieuwe gulden koppelen aan de euro en daarmee het monetaire beleid van de ECB moeten volgen, anders houdt die koppeling geen stand. Wij zouden de facto lid blijven van de Europese muntunie maar niets te zeggen hebben over ons rentebeleid. Het zou nepsoevereiniteit zijn. Onze langetermijnrentes kunnen hoger worden, omdat de markten er rekening mee moeten houden dan Den Haag de gulden ook kan loskoppelen. En het kapitaalverkeer moet dus aan banden

Onze monetaire geschiedenis leert ons daarnaast nog een belangrijke en relevante les in dit opzicht. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog, tussen 1936 en 1940, in het Bretton-Woods stelsel (tussen 1945 en begin jaren zeventig) en sinds het uiteenvallen van dat stelsel in 1971 en vastkoppeling van de gulden aan de Duitse mark in 1983, is Nederland monetair (semi-)autonoom geweest.

Elke keer daalde de waarde van de gulden ten opzichte van de voor ons land belangrijke valuta’s fors en kreeg de Nederlander de rekening gepresenteerd in de vorm van hogere inflatie en hogere rentes dan in de landen om ons heen.

Als we onze monetaire geschiedenis met één voorwerp zouden moeten illustreren, dan zouden dat handboeien zijn. Wij deden het, monetair gezien, in het verleden alleen goed als onze handen geboeid waren. Telkens dat we monetair autonoom waren, liep het slecht af. Tegenwoordig zou monetair autonoom opereren zelfs veel lastiger zijn dan in het verleden. Het is namelijk niet zo dat Nederland door de euro geen monetaire autonomie meer heeft; het is onze afhankelijkheid van het buitenland die daarvoor zorgt. En die afhankelijkheid is door de globalisering tegenwoordig groter dan ooit, zeker op monetair gebied, waardoor zelfs een centrale bank van een groot land, zoals Duitsland, in die nieuwe omgeving zeer lastig een autonoom monetair beleid zou kunnen voeren.

Kiezen voor monetaire soevereiniteit is een goed recht voor elk land, ook Nederland. Maar het is dan wel belangrijk dat de stemmer weet wat de gevolgen van die keuze voor onze welvaart zijn. Onze monetaire historie leert ons dat die gevolgen ernstig en langdurig kunnen zijn.

Admin - 15:30:24 @ algemeen