Monetaire geschiedenis

waardevolle lessen uit het guldentijdperk

 
 

Project 'Middelbare scholen' 

 


De Duitse Bundesbank viert dit jaar haar zestigste verjaardag. De bank, die met haar monetaire beleid al die tijd afweek van bijna alle zusterinstellingen in de wereld, viert haar verjaardag óók anders. De Bundesbank hoeft namelijk geen cadeautjes te krijgen, de populaire ‘Buba’ gééft cadeautjes weg. In aanloop naar haar feestjaar, gaf de bank namelijk vorig jaar al een boek uit over haar historie, dat iedereen gratis kan bestellen. Waarom? Omdat het doel van dat boek is ‘het begrip voor waardevast geld’ versterken’. Dat, streven naar waardevast geld, is altijd belangrijk geweest voor de Bundesbank en tegenwoordig is daar aandacht voor vragen misschien wel belangrijker dan ooit, aangezien de centrale banken in het algemeen en de Europese Centrale Bank in het bijzonder een zwakke munt en inflatie nastreven.


Ondertussen bestond haar Nederlandse zusterinstelling, De Nederlandsche Bank (DNB), twee jaar geleden 200 jaar. Vorig jaar was het precies 200 jaar dat de gulden wettelijk als dé Nederlandse valuta werd genoemd én was het precies 80 jaar geleden dat Nederland, als het allerlaatste land, de goudstandaard liet vallen, lees als allerlaatste land hét mechanisme dat voor waardevast geld zorgt, moest verlaten. Dat gebeurde zeker niet van harte. Waar het 200-jarig bestaan van DNB nog op zijn minst opgeluisterd werd met een conferentie – wat overigens wel erg mager is – liet DNB de twee zojuist genoemde mijlpalen aan zich voorbij gaan. Er was geen campagne over het belang van waardevast geld en dat is vreemd. Vreemd om twee redenen.


In de eerste plaats omdat het streven naar waardevast geld dé rode lijn is in de 200-jarige geschiedenis van de bank, het is het DNA van DNB om het maar zo te zeggen. In de tweede plaats omdat ik uit eigen ervaring weet dat de mensen van DNB dat DNA nog steeds in zich hebben én waarderen. Klaas Knot zei bij de presentatie van mijn boek ‘Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816’, waarin ik onder meer betoog dat de geschiedenis ons leert dat een te lang en te ruim monetair beleid een gevaar is, bijvoorbeeld dat ‘ die les en dat nadrukkelijk onder het voetlicht brengen zeer belangrijk is en daar draagt jouw boek bij. We moeten die les nooit vergeten. Het menselijk geheugen is kort, die les mag nooit vergeten worden.’ Vreemd genoeg doet DNB zelf er te weinig aan.  


Als DNB zo’n campagne om het belang van en begrip voor waardevast geld te benadrukken en te versterken niet begint, dan moet ik dat maar doen. Ik kan mijn boek helaas niet gratis geven aan iedereen. Maar wat ik wél kan doen is elke middelbare school in Nederland met een sectie economie c.q. maatschappijleer, een gratis exemplaar opsturen, iets wat deze maand nog gaat gebeuren! Waarom?


Niet alleen om, zoals gezegd, het belang van en begrip voor waardevast geld te benadrukken en te versterken, maar ook omdat onze monetaire historie waardevolle lessen bevat voor het heden. Lering trekken uit die historie is zeer belangrijk. Uit eigen ervaring weet ik echter dat in ons economieonderwijs er zo goed als geen aandacht is voor onze monetaire historie en de bijbehorende lessen. Als het waar is wat de Franse auteur Alphonse De Lamartine ooit zei, namelijk dat ‘geschiedenis ons alles leert, zelfs de toekomst’ dan impliceert dat dat wie de geschiedenis níet bestudeert, in feite weinig leert. Voor economen is het bestuderen van de historie zelfs nog belangrijker dan voor anderen. Economen zeggen vaak dat ze, in tegenstelling tot natuurkundigen of scheikundigen, geen experimenten kunnen uitvoeren om te zien of hun theorieën wel of niet werken. Dat is waar. Maar wat óók waar is, is dat economen een lab hebben waar experimenten zich uit zichzelf uitvoeren. Het enige wat economen moeten doen is de deur van dat prachtige lab openen en de uitkomsten te aanschouwen. Over welk lab ik het heb? Over geschiedenis. 


Geschiedenis is voor een econoom en voor economische beleidsmakers wat het laboratorium is voor een natuurkundige. Ik pleit er dan ook voor om op alle economische faculteiten voor alle studenten monetaire economie het vak ‘monetaire geschiedenis’ als een verplicht vak in te voeren: we kunnen geen macro-economen blijven afleveren zonder ze de lessen van de monetaire geschiedenis in het algemeen en die van Nederland in het bijzonder mee te geven.


Met mijn project hoop ik dat meer (hoog)leraren economie en hun scholieren en studenten vaker een kijkje zullen nemen in hun natuurlijke laboratorium en meer belangstelling zullen krijgen voor onze monetaire geschiedenis.  


      

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door een paar ondernemers, bedrijven en instellingen die, overtuigd van het belang van zo’n project, een deel van de kosten op zich hebben genomen. Ik ben Duinweide Investeringen, NWB Bank, Tilburg University, OHV Vermogensbeheer, GoldRepublic en Avera B.V. zeer dankbaar voor hun steun. Later dit jaar ga ik met nog een actie het bestuderen van (onze) monetaire geschiedenis in ons economieonderwijs proberen te stimuleren, waarover te zijner tijd meer.